
28 puzzels
Tellen met sprongen van 5: stip-tot-stip om te printen
Gratis werkbladen om te printen: tel met sprongen van 5, verbind de stippen 5, 10, 15, 20… en ontdek 28 tekeningen. PDF in A4 of US Letter.
Bekijk alle 28 stip-tot-stip-tekeningen «Sprongen van 5»
Schattig



Sprongen van 5
Schattige leeuw
Maak kennis met deze vriendelijke kleine leeuwenwelp







Sprongen van 5
Schattige Blije Kikker
Een vrolijke springer die klaar is om te plonzen!

Bloemen







Speeltuinen



Canada


Circus


Dinosaurussen
Ruimte
Vliegtuigen
Stip-tot-stip «Sprongen van 5»: een gids voor ouders en leerkrachten
Sprongen van 5 in het kort
Tellen met sprongen van 5 betekent dat je elk vijfde getal noemt: 5, 10, 15, 20, 25, 30, 35, 40, 45, 50. Op deze werkbladen draagt elke stip het volgende getal, dus als je ze op volgorde verbindt, verschijnt er een tekening. Elk getal eindigt op 5 of 0 en het laatste getal is vijf keer het aantal stippen.
Snel beginnen: kies een tekening uit het overzicht, selecteer de versie «Sprongen van 5», download de gratis PDF en print op 100%. Zijn de vijven nog nieuw? Neem een tekening met minder dan 60 stippen. Weinig tijd? Het aantal stippen op elke kaart laat zien hoe lang de route is.
Waarom vijven zo lekker klinken
Vraag een groep kinderen om in sprongen van twee te tellen en je hoort een paar zekere en een paar zachte stemmen. Vraag ze om in vijven te tellen en vaak doet bijna iedereen mee. De reeks heeft een ritme als klappen in de handen: 5, 10, 15, 20, steeds weer eindigend op 5 en 0. Die voorspelbaarheid is een reden waarom vijven vaak vroeg op de basisschool voorkomen, nog voordat er over vermenigvuldigen wordt gesproken.
Stip-tot-stip past goed bij deze reeks. Een kind dat «35» bij een stip ziet, hoeft eigenlijk niets uit te rekenen. Het moet weten wat er na 30 komt en dat getal op het blad zoeken, en de getrokken lijn laat meteen zien of het klopt. Elke stip is een kleine controle of de reeks nog in je hoofd zit.
Deze collectie telt 28 tekeningen. Open een kaart en kies de versie «Sprongen van 5» om het genummerde blad te downloaden. De tekening en de volgorde zijn gelijk aan de gewone genummerde versie; alleen de getallen veranderen.
Een rondje langs de tekeningen
Je kiest het snelst een blad als je weet waar de route eindigt, want het laatste getal is altijd vijf keer het aantal stippen. Lotusbloem is de rustigste start: 46 stippen, eindpunt 230. Bijna even lang is Camellia Bloem, die eindigt op 225.
Voor een middellange route probeer je Schattige babyolifant (50 stippen, eindigt op 250) of Schattige Prinses (57 stippen, eindigt op 285). De babyolifant eindigt op een rond getal: makkelijk te voorspellen en leuk om te vieren.
Wie graag lang doorgaat, kiest Spinosaurus (74 stippen, eindigt op 370) of Vlasbloem, die tot 450 loopt. De langste uit de collectie is Sneeuwklokje: 145 stippen, eindpunt 725.
Een tekening kiezen
De tekeningen in deze collectie hebben 45 tot 145 stippen, dus er is een blad voor een kort en een lang moment.
Kortere routes zijn bijvoorbeeld Camellia Bloem (45 stippen, eindigt op 225) en Lotusbloem (46 stippen, eindigt op 230).
Voor een lange zit probeer je Vergeet-mij-nietje Bloem (107 stippen, eindigt op 535) en Sneeuwklokje (145 stippen, eindigt op 725).
De reeks en hoe je hem controleert
Tellen met sprongen van 5 betekent dat je elk vijfde getal noemt en de andere overslaat: 5, 10, 15, 20, 25, 30 enzovoort. Op het blad is de eerste stip 5, de tweede 10 en stip nummer n draagt het getal 5n. Elk getal is een veelvoud van 5.
Voor de vijven bestaat de makkelijkste controle die er is: elk getal eindigt op 5 of 0, en die twee wisselen elkaar af. Eindigt een getal anders, dan is een stip verkeerd gelezen. De getallen blijven ook lang kort: pas bij stip 21 ga je voorbij de 100.
Voor ouders en leerkrachten: groepen en begrippen
In Nederland komt tellen met sprongen meestal aan bod rond eind groep 3 en in groep 4, vaak bij de getallen tot 100 en als voorbereiding op de tafels. In Vlaanderen gebeurt dat doorgaans in het eerste en tweede leerjaar. Hoe en wanneer precies verschilt per rekenmethode en school. Je ziet er woorden voor als sprongen van 5, de telrij of de veelvouden van 5.
Hoe het op jouw school ook heet, de opdracht blijft gelijk: het kind bedenkt het volgende getal, zoekt de stip en verbindt die. De bladen werken als rekenwerkblad, als punt-naar-punt-kleurplaat of als warming-up voor de tafel van 5. Laat kinderen de getallen meezeggen terwijl ze tekenen. Met een sticker op een getal maak je van elk blad een oefening met ontbrekende getallen.
Wat de bladen oefenen
De bladen oefenen tellen met sprongen van 5, veelvouden van 5 herkennen en een vast ritme volhouden over een heel blad vol stippen. Ze zijn ook een rustige eerste kennismaking met de tafel van 5.
De bladen leren geen rekenmethodes en vervangen geen les. Leg eerst het idee uit en laat de stippen daarna het oefenen doen.
Wegwijzers: vijven, tienen en de hand
Elk tweede getal op een blad met vijven is een tiental: stip 2 is 10, stip 4 is 20, stip 10 is 50 en stip 20 is 100. Vraag het kind vooraf deze ronde getallen op te zoeken en licht te omcirkelen. Dat worden controlepunten. Komt de lijn op het verkeerde moment bij een omcirkeld getal, dan is er een stip overgeslagen, en vanaf het laatste controlepunt vind je die terug.
De andere wegwijzer is de hand. Een hand heeft vijf vingers, dus tellen met sprongen van 5 is handen tellen: één hand, twee handen, drie handen. Laat het kind bij elk getal een hand opsteken, dan blijft het getal niet abstract. Bij 100 zijn er twintig handen geteld, een mooi moment om even stil te staan bij hoe ver je gekomen bent.
Vijf spelletjes met een vijvenblad
Handen omhoog. Print Camellia Bloem en zeg elk getal samen. Bij elk getal gaat een hand omhoog, dan de andere, en dan begin je opnieuw. De tekening heeft 45 stippen, dus er valt genoeg te oefenen.
Raad het einde. Schrijf voor het tekenen bovenaan een voorspelling voor het laatste getal. Teken daarna en vergelijk. Circustent eindigt op 295, dicht genoeg bij 300 voor een gesprek over bijna ronde getallen.
Getal afdekken. Verstop een getal onder een kleine sticker. Het kind leidt het ontbrekende getal af uit de buren en haalt de sticker weg om te controleren.
Klokjacht. Teken een klok en schrijf 5, 10, 15 enzovoort bij de cijfers. Vergelijk de klok met het blad: van cijfer naar cijfer is vijf minuten, net als de stappen van stip naar stip.
Munten tellen. Leg bij elk getal een munt van 5 cent neer. Acht munten zijn 40 cent, en het kind kan ze met het blad ernaast natellen.
Een vijfdagenplan voor de vijven
Dag 1: kort en regelmatig. Begin met Lotusbloem (eindigt op 230). Zeg elk getal hardop. Het doel is het ritme van de vijven te voelen.
Dag 2: vingers en handen. Teken Schattige babyolifant en steek bij elk getal een hand op. Stip 50 draagt het getal 250.
Dag 3: controlepunten. Omcirkel bij Schattige Prinses eerst alle tientallen en teken dan van controlepunt naar controlepunt. Het einde ligt op 285.
Dag 4: voorbij de honderd. Schattige puppy loopt tot 350. Getallen van drie cijfers zijn voor veel kinderen nieuw, dus lees de eerste samen.
Dag 5: vrije keuze. Het kind kiest een tekening uit het overzicht en voorspelt voor het printen het eindgetal aan de hand van het aantal stippen op de kaart.
Vijven in het dagelijks leven
Weinig getallenreeksen vind je buiten school zo makkelijk. De klok verdeelt het uur in stukjes van vijf minuten. Een hand heeft vijf vingers, en turven doe je in bosjes van vijf: vier streepjes en één erdoorheen. In Nederland worden contante bedragen in de winkel afgerond op 5 cent, dus eindprijzen op de bon eindigen dan op 0 of 5. Verder heb je de munt van 5 cent en het biljet van 5 euro.
Wijs erop als jullie onderweg zijn. Ontdekt een kind dat een huisnummer of prijskaartje op 5 of 0 eindigt, dan heeft het een veelvoud van 5 gevonden in het echt. Juist dat opmerken helpt om een reeks van het werkblad te onthouden.
Veelgemaakte fouten en hoe je rustig helpt
Per één blijven tellen. Een kind dat gewone stip-tot-stip gewend is, zoekt na 5 misschien de 6. Leg een papierstrook met de eerste tien getallen naast het blad tot de reeks vanzelf gaat.
Vijven en tienen door elkaar. Sommige kinderen springen van 15 meteen naar 30. Lees de laatste drie getallen hardop, «10, 15, 20», en de volgende stap wordt meestal duidelijk.
Omkeringen. In het Nederlands zeggen we de eenheden voor de tientallen: vijfendertig is 35, maar wordt soms als 53 gelezen of gezocht. Op dit blad helpt de controle: een getal dat op 3 eindigt, hoort niet in de reeks.
De stap over de 100. Na 95 komt 100, en dat ziet er heel anders uit dan de getallen van twee cijfers ervoor. Oefen die overgang apart met een paar getallen voordat je gaat tekenen. Getallen boven de 100 zijn in de eerste schooljaren vaak nog nieuw.
Geen van deze fouten betekent dat het blad te moeilijk is. Een verkeerde lijn valt in de tekening vaak uit de toon, en als je de getallen nog eens leest, vind je hem snel. Hem vinden is zelf al goede oefening.
Van vijven naar de tafel van 5
Tellen met sprongen is een goede voorbereiding op vermenigvuldigen. Stip 7 draagt het getal 35, en dat is hetzelfde als 7 × 5. Zo herhalen deze bladen stilletjes de tafel van 5, zonder rijtje sommen. Wie een blad af heeft, heeft alle veelvouden van 5 tot het eindgetal op volgorde gezien. De tafel zelf leer je nog steeds in de les; de bladen vervangen die niet.
Zitten de vijven goed, dan zijn er twee logische volgende stappen: verder naar Tellen met sprongen van 10 met grotere sprongen waarbij het aantal tientallen met één toeneemt, of terug naar Even getallen om een kleinere sprong te proberen. Dezelfde tekening met andere getallen laat zien dat het allemaal tellen is, met sprongen van verschillende grootte.
Vijvenbladen gebruiken in de klas
Vijvenbladen werken goed als rustig rekenhoekje of als taak voor kinderen die eerder klaar zijn. Omdat alle tekeningen dezelfde regel volgen, kan een klas aan verschillende tekeningen werken en toch over hetzelfde rekenwerk praten. Een kind met Schattige vlinder en een kind met Circuskameel oefenen allebei de vijven, alleen niet even lang.
In gemengde groepen geef je kortere tekeningen aan kinderen die nog zekerheid opbouwen en lange routes aan wie uitdaging zoekt. Laat iedereen het eindgetal bovenaan schrijven voor het begin en het aan het eind controleren. Die ene voorspelling is het nuttigste stukje rekenen op het blad, en je kijkt het in één oogopslag na.
De gratis PDF printen
Open de gekozen tekening, kies de versie «Sprongen van 5» en download de PDF voor A4 of US Letter. Print op ware grootte (100%), niet vanaf een screenshot.
Hoe deze bladen zijn gecontroleerd
Elk vijvenblad komt uit de originele tekening en de geteste volgorde; alleen de getallen worden opnieuw berekend. Stip n draagt het getal 5n, dus de eindgetallen op deze pagina volgen rechtstreeks uit het aantal stippen en zijn niet geschat. Zie je een getal dat niet in de reeks past, meld het dan via de link hieronder, zodat we het kunnen verbeteren.
Over deze gids en een probleem melden
De versie «Sprongen van 5» houdt elke tekening en de volgorde, en vervangt de getallen 1, 2, 3 door die van deze reeks. Het eindgetal op deze pagina wordt berekend uit de reeks en het aantal stippen van elke tekening.
Deze gids is opgesteld met AI-ondersteunde concepten en redactie. Lees over het project op onze Over ons-pagina en in het redactiebeleid.
Lijkt een getal of download niet te kloppen, meld het probleem met het adres van de tekening en de versienaam, «Sprongen van 5».
FAQ
Veelgestelde vragen: «Sprongen van 5»
Zijn de bladen «Sprongen van 5» gratis?
Ja. Elke tekening heeft gratis PDF's. Open een kaart, kies de versie «Sprongen van 5» en kies A4 of US Letter.
Geven de genummerde versie en de versie «Sprongen van 5» dezelfde tekening?
Ja. Beide gebruiken dezelfde stippen en volgorde; alleen de getallen veranderen.
Voor welke leeftijd?
Elke kaart toont een aanbevolen leeftijd en de moeilijkheid van de tekening. Tellen met sprongen van 10 en 5 komt meestal voor in de eerste jaren van de basisschool, maar kies vooral op hoe zeker het kind met de reeks is.
Wat is tellen met sprongen van 5?
Je gaat steeds vijf verder: 5, 10, 15, 20, 25. Op school heet dat ook de telrij met sprongen van 5. Het zijn de veelvouden van 5, dus de uitkomsten van de tafel van 5.
Waar begint het tellen?
Bij 5. Nul wordt niet gebruikt: de eerste stip is 5, de tweede 10 en de derde 15.
Welk getal staat bij de laatste stip?
Het aantal stippen keer 5. Een tekening met 50 stippen eindigt op 250 en een met 60 stippen op 300. Zo reken je het eindgetal al voor het printen uit.
Beginnen we met vijven of met tienen?
Veel klassen beginnen met tienen, omdat die reeks het makkelijkst te horen is, en nemen daarna de vijven. Beide kan: de collectie «Sprongen van 10» gebruikt dezelfde tekeningen met grotere sprongen.
Voor welke groep zijn de bladen geschikt?
In Nederland komt tellen met sprongen van 5 en 10 meestal aan bod rond eind groep 3 en in groep 4, in Vlaanderen in het eerste en tweede leerjaar. Dat verschilt per methode en school. De leeftijd op elke kaart is een richtlijn; kies vooral op hoe zeker het kind telt. Getallen boven de 100 zijn in die jaren vaak nog nieuw.
Is er ook stip-tot-stip met sprongen van 2 of 3?
Sprongen van 2 vind je in de collectie Even getallen, en de collectie «Oneven getallen» telt in sprongen van twee vanaf 1. Een collectie met sprongen van 3 is er nog niet.
Wat is het verschil met de bladen met even getallen?
Even getallen gaan in sprongen van twee: 2, 4, 6. Hier gaat het in sprongen van vijf: 5, 10, 15. De tekening blijft gelijk; alleen de grootte van de sprong verandert.






